Gemeenten verhogen opnieuw de grondprijzen voor woningbouw en bedrijventerreinen. Dat blijkt uit de Benchmark gemeentelijk grond(prijs)beleid 2025-2026 van Stec Groep onder 122 gemeenten. ‘Transparantie in het grondprijsbeleid versnelt de planvorming en biedt duidelijkheid aan ontwikkelaars en woningcorporaties’, zegt adviseur Erik de Leve.
De prijs voor woningbouwgrond stijgt in 2025 gemiddeld met 5,4 procent en in 2026 met 4,2 procent. Voor bedrijventerreinen bedragen de stijgingen respectievelijk 4,4 en 3,4 procent.
Volgens Stec Groep blijft deze groei achter bij wat een genormeerde residuele berekening zou rechtvaardigen. Die komt voor woningbouw uit op een waardestijging van gemiddeld ruim 13 procent. Gemeenten hanteren vooral de comparatieve methode, met name bij bedrijfskavels. Voor woningbouw wordt in 84 procent van de gevallen residueel gerekend, tegenover 27 procent bij bedrijventerreinen.
Bij genormeerd residueel rekenen bepaalt de gemeente de grondwaarde door de verwachte opbrengst van een project te verminderen met bouwkosten en een vaste ontwikkelwinst. Door vaste uitgangspunten te gebruiken, ontstaat een objectieve en marktconforme grondprijs. Dit voorkomt dat publieke waarde bij marktpartijen terechtkomt.
